Overgave
Een woord van slechts twee lettergrepen, en toch raakt het iets dat veel groter is dan zichzelf.
Je kent het vast. Je leeft — of beter: je wordt geleefd. Je werkt, je zorgt voor je gezin of voor jezelf, je gaat sporten, je spreekt af met vrienden. Je agenda is een soort verkeersleider voor je sociale leven. Altijd bezig. Altijd druk. Altijd iets dat nog moet.
Hoe vaak zeg je niet tegen jezelf: het mag echt wat minder… kon ik maar…
En wanneer er dan eindelijk tijd is, vul je die met nieuwe moetens: dat laatste klusje, de tuin winterklaar (of zomerklaar) maken, snel nog de seizoenskleding sorteren. En weer denk je: kon ik maar…
Je gunt jezelf pas rust wanneer het huis op orde is, de vaat gedaan, de papieren geklasseerd. Maar is het ooit écht helemaal klaar? En krijg jij dan ooit echt de ruimte om te ademen?
Ik leefde dat leven. Altijd bezig, altijd in beweging, druk in mijn hoofd. Ik ging ermee slapen en stond ermee op. Ik zou wel tijd maken “als het rustiger werd”, tijdens die ene periode van het jaar — die nooit kwam. Ik rende maar door, zoals een cavia in een rad. Steeds sneller, steeds verder.
Tot het rad zijn eindpunt bereikte en mij er onverbiddelijk uit zwierde. Geen vrijwillige pauze, maar een abrupt einde aan het rennen. Ik had er blijkbaar een complexe scheenbeenbreuk voor nodig.
En dan komt overgave. Of… toch nog niet?
Want dit kon helemaal niet. Niet bij mij. Niet nu. Ik had hier geen tijd voor. Maar mijn lichaam had een andere waarheid. Terwijl ik zei: “dit gaat niet”, zei de dokter: “inderdaad, dit gaat niet.” Hetzelfde woord, twee betekenissen — allebei even duidelijk en even onvermijdelijk.
De tranen kwamen. Niet van pijn, maar van onmacht. Tranen om iedereen die ik dacht teleur te stellen — maar niet om mezelf. Tranen omdat ik nog zoveel wilde doen, niet omdat ik kon loslaten.
En dan gebeurde er iets onverwachts. Mijn sociaal netwerk ontvouwde zich als een warme deken.
Mijn agenda vulde zich opnieuw, maar nu met andere afspraken: vrienden die kwamen koken, helpen, opruimen, gezelschap bieden. Ik voelde me gedragen. Dankbaar, absoluut. Maar overgave? Nee, nog niet. De eerste twee weken bleef ik ontvangen “omdat het niet anders kon”. Tot week drie kwam.
Het eerste boek was uitgelezen. Mijn agenda ademde opnieuw. De stroom vrienden bleef komen — niet omdat ik hulpeloos was, maar omdat ze wílden komen. En precies daar, brak de veer van controle en kwam de echte overgave.
Waar ik eerst ontving vanuit noodzaak, kon ik nu ontvangen vanuit het hart. Kwetsbaarheid werd geen bedreiging meer, maar een thuiskomen.
Terwijl ik dit schrijf, voel ik opnieuw die warme tranen van liefde en dankbaarheid opborrelen. Ze zoeken hun weg over mijn wangen naar een hart dat open is, dat heeft geleerd wat overgave betekent: niet strijden, maar zijn.
dankjewel…
aan iedereen die er was, die er is — fysiek, op afstand, in woord, beeld of daad.
Het mooiste cadeau bleek uiteindelijk het breken van mijn been. Want nu ik weet wat overgave is, wat écht ontvangen is, kan ik het delen met jou. Niet omdat het moet, maar omdat het helend is.
Dankjewel dat je mij minimaal zes weken de tijd gaf.